Zevenjarige Oorlog (16e eeuw)
De Zevenjarige Oorlog tussen Denemarken (onder koning Frederik II) en Zweden (onder koning Erik XIV) woedde van 1563 tot en met 1570. De oorlog wordt ook wel de Den Nordiske Syvårskrig (De Zevenjarige Scandinavische Oorlog) genoemd. De strijdende partijen bestonden uit Denemarken-Noorwegen, Polen en de hanseaten uit Lübeck gezamenlijk tegen Zweden. Beide partijen gingen vol enthousiasme met elkaar de oorlog aan. Inzet was de heerschappij in het Oostzeegebied, binnen de Noordse landen en de omvangrijke handel met Rusland.
Zweden had de intentie om de Deense suprematie te vernietigen. De Deense koning droomde van een heropleving van de Kalmarunie onder Deens leiderschap.
De oorlog begon in de Oostzee op 30 mei 1563, toen een afdeling van de Deense vloot bij Bornholm een aantal waarschuwingsschoten afschoot om een Zweedse vlooteenheid hun topzeil te doen strijken. Dit om de Deense heerschappij in de Oostzee te doen vergelden. Het schip van de Zweedse admiraal werd geramd en de negen Deense en negentien Zweedse schepen gingen de strijd aan. De Zweden veroverden vier Deense schepen met ongeveer vijfhonderd manschappen.
Koning Frederik had erop gerekend dat hij met zijn Duitse huursoldaten vrij snel de oorlog van zijn geestelijk zwakke neef kon winnen, maar hij kon ternauwernood voorkomen dat hij Noorwegen aan Zweden verloor. Vanwege slecht georganiseerde bevoorrading moest hij de veldtocht naar Stockholm afbreken en moest zijn leger gedwongen overwinteren in Skania. Het jaar daarop namen de Zweden het initiatief: zij trokken Noorwegen op meerdere plekken binnen en hielden huis in Halland en Blekinge.
Laat in de zomer regelde Frederik II een lening om een aanval op Stockholm te kunnen financieren. De aanval bleek echter een fiasco te zijn en hij was gedwongen zich terug te trekken. In oktober ondernam hij een nieuwe poging, maar ook deze had hetzelfde resultaat.
De jaren van strijd die daarop volgden, kostten een vermogen. Alle strijd bleek achteraf voor niets: de vrede van Stettin in 1570 leidde enkel tot kleine veranderingen in de verhouding tussen de Noordse rijken.